Alle Tweets
prev
Vorige:6.12 Wat staat er in de Bijbel over discriminatie? Wat is sociale rechtvaardigheid? Kan ik volledig onafhankelijk zijn? Wil God dat we zwak zijn?
next
Volgende:6.14 is vrede in heel de wereld wel mogelijk? Kan ik aan vrede bijdragen? Hoe moeten we reageren op volkenmoord, dictatuur, annexatie of wapenhandel?

6.13 Wat zijn de grondrechten van de mens? Moet iedereen het recht hebben een religie naar keus na te leven? In hoeverre moet ik mij aan minderheden aanpassen?

Rechtvaardigheid & Vrede - #YniGOD

Hoewel Jezus wil dat we in volheid leven en dat in vrijheid kunnen doen (Luc 4,18), bestaat er niet zoiets als volledige vrijheid. Ook andere mensen hebben rechten en soms botsen die. Dan is het belangrijk te weten dat er bepaalde grondrechten zijn. Dit zijn onder meer: de recht op leven, op werk, vrijheid van slavernij, vrijheid van meningsuiting... en van religie!

Alleen in echte vrijheid kun je ervoor kiezen om Gods liefde met liefde te beantwoorden. Niemand kan worden gedwongen iets te geloven, net zomin als iemand kan worden gedwongen lief te hebben. Ik kan hopen en verlangen dat je inziet hoe geloof in Jezus je leven ten goede kan veranderen, maar je moet vrij zijn een andere keuze te maken. Wat hun religie of overtuiging ook is, minderheden hebben dezelfde rechten als iedereen. Maar als mensen hun vrijheid misbruiken, moeten ze worden tegengehouden.

Ieder mens heeft recht op leven, godsdienst, vrijheid, werk… Absolute vrijheid bestaat niet: we moeten rekening houden met anderen om ervoor te zorgen dat we allemaal in vrijheid kunnen leven.
Uit de Wijsheid van de Kerk

In welke relatie staat de katholieke Kerk tot het joodse volk?

De katholieke Kerk erkent haar band met het joodse volk in het feit dat God het als eerste van allen heeft uitgekozen om zijn woord te ontvangen. Aan het joodse volk "behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt Christus voort naar het vlees" (Rom 9,4-5). In onderscheid met de andere niet-christelijke godsdiensten, is het joodse geloof al een antwoord op de openbaring van God in het Oude Verbond [CCKK 169].

Welke band bestaat er tussen de katholieke Kerk en de niet-christelijke godsdiensten?

Er is een band, die vóór alles gegeven is door de gemeenschappelijke oorsprong en het gemeenschappelijke doel van het menselijk geslacht. De katholieke Kerk erkent dat wat er zich aan goeds en waars bevindt in de andere godsdiensten, van God komt en een straal is van zijn waarheid; dat het kan voorbereiden op de ontvangst van het evangelie, en naar de eenheid kan stuwen van de mensheid in de Kerk van Christus [CCKK 170].

Wat betekent de uitdrukking: “Buiten de Kerk geen heil”?

Deze uitdrukking betekent dat alle heil komt van Christus het Hoofd, door middel van de Kerk, die zijn Lichaam is. Daarom kunnen diegenen niet gered worden, die de Kerk kennen als door Christus gesticht en voor het heil noodzakelijk, maar die toch niet tot haar toetreden of in haar volharden. Tegelijkertijd kunnen, dank zij Christus en zijn Kerk, diegenen het eeuwig heil verkrijgen, die zonder eigen schuld het evangelie van Christus en zijn Kerk niet kennen, maar die met een oprecht hart God zoeken en onder de invloed van de genade zich inspannen zijn wil te volbrengen, zoals zij die gekend wordt door de stem van het geweten [CCKK 171].

This is what the Popes say

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens… was de vrucht van een toenadering tussen verschillende religieuze en culturele tradities, die allemaal hetzelfde verlangen deelden: de menselijke persoon het hart van alle organisaties, wetten en activiteiten van de samenleving te laten zijn en haar als middelpunt van de werelden van cultuur, religie en wetenschap te zien… [De mensenrechten] hebben hun oorsprong in de natuurwet die in het hart van de mens is geschreven en die in uiteenlopende culturen en beschavingen aanwezig is… Die grote verschillen in opvattingen mogen niet aan het oog onttrekken dat niet alleen deze rechten overal en voor iedereen ter wereld gelden, maar dat ook de menselijke persoon, die door die rechten beschermd wordt, waar dan ook ter wereld, één en dezelfde waardigheid heeft [Paus Benedictus XVI, Tot de Algemene Vergadering van de VN, 18 apr. 2008].